zaterdag 17 september 2011

Dag 5 - Getaria - Deba

zaterdag 17september
Om half zeven loopt mijn wekker af. Een frisse douche, inpakken en vertrekken. In een taberna vlakbij neem ik twee smalle broodjes met konfituur en een koffie. Dan gaat de regenkap over de rugzak en de cape boven mijn hoofd en boven de rugzak. Om kwart voor acht ben ik op weg, het gaat al direct steil naar boven, puffen dus. Terwijl loopt een man met zijn hond stap voor stap naar boven en leest ondertussen de krant.
Het pad loopt over natte stenen wegen door de velden. De hellingen glooien door het landschap en het lijkt alsof ik ze allemaal over moet. Ik hoor eerst jagers schieten en even later zie ik ze op de weg staan met hun landrovers.

Uiteindelijk zakt de weg richting Zumaia.

Als ik aankom in Zumaia, worden er per boot boeien vervoerd en vastgelegd. Hier gaat straks een regatta door, 'tres popular' en 'a la sieta' zegt een man en hij vindt dat ik moet blijven want het zijn de wijnoogstfeesten. Maar daar heb ik jammer genoeg geen tijd voor, hoogstens voor een vers geperste appelsiensap onder een luifel van een patisserie. Van de gebakjes blijf ik af.
Ik moet nog veel meer klimmen en in die onophoudelijke regen is dat geen meevaller. Trees kent die fameuze klim wel langs de kerk en verder door naar Santa Klara waar we toen logeerden. Santa Klara ligt in de mist. Deze keer loop ik verder door. En maar klimmem dus, er komt geen eind aan. En verder wordt het schuiven door de modder. Ik voel me net in de fitness op de wave. Nat hoog gras en glibberige stenen zijn ook van de partij.

Iets voor twaalf kom ik in een bocht op een baan en maak dankbaar gebruik van het café-restaurant om even bij te komen met een koffie.
Het regent steeds harder en ik klim verder door de weiden tussen de geiten en zie een schichtig ros eekhoorntje de boom in kruipen aan hoge snelheid.
Dan moet ik over een kruispunt waar het water afloopt als in een beek en kom aan het ons bekende restaurant waar we toen ook al druipend toekwamen. Half eéén. De ober zal gedacht hebben 'daar heb je hem weer'. Ik neem een bocadillo chorizo (niet sj maar g zegt de ober) en een flesje spuitwater. Ik krijg een frans brood met omelet en spek en eieren, teveel om helemaal op te eten. Daarna kan ik weer wat klimmem langs de kerk van Itziar over de kasseien en baantjes met veel beton. Die zijn gevaarlijk glad vooral als ze steil naar beneden lopen naar Deba. Ik schuif twee keer uit en één keer val ik op mijn rug en billen. Dat is echt een schok die ik in de rug, op het hoofd en aan de billen voelde.
Je komt Deba binnen langs twee glazen liften. Dat is veiliger en gaat vlugger.
Een oudere vrouw, pelgrim loopt te zoeken. Het toerismebureau is dicht. De albergue is bezet en de pensions ook. Uiteindelijk blijft er nog één kamer over in hotel Kresala waar we in 2008 ook logeerden. De ene dame zei dat alles bezet was, de andere zei dat er net nog een kamer vrij was. Het is er geweldig druk. Receptie van een trouw in de gang en buiten allemaal heel sjiek gekleed en binnen een bedrijfsreceptie. Ik mag ook gebruik maken van de welness als ik een kamerjas huur van 10 euro en een zwembroek aantrek voor de sauna. Spanje is een katholiek land en conservatief, bloot kan hier niet. Ik spring onder de douche en ga mijn kleren wassen en probeer alles zoveel mogelijk met de haardroger droog te krijgen. Bij de trouwgenodigden spreekt een jonge man met twee vriendinnen mij aan met de vraag of ik de camino stap. Ik geef hem de link naar de aquarellen die ik maakte. Hij had al vijf keer een stukje van de camino gestapt.
In cafetaria Atozte op het plein drink ik een koffie en zie de mannekes sjotten en hoor iedereen op de terrassen tateren, ah die Spanjaarden kunnen er wat van. Later ga ik in een restaurantje net als toen, kip met frietjes eten. Weer word ik aangesproken door een jong koppel uit Bilbao en ze ofreren me twee zelf opgenomen CD's en ik moet een pintje van hen drinken. Weigeren kan ik niet. Om 22 uur ben ik weer in de hotelkamer en de fuifnummners gaan door met dansen en 'zingen' tot vijf en anderen tot zeven uur.
Verder verkenning van de stad in de regen en ik zie twee anderen op zoek naar een ondrkomen voor de nacht.

vrijdag 16 september 2011

Dag 4 - San Sebastian - Getaria

vrijdag 16 september

Om 6u25 loopt mijn GSMwekker af. Ik ga me wassen en maak mijn rugzak klaar in de gang om de andere slapers niet te storen. Dat hebben ze vannacht ook niet gedaan bij mij toen ze terugkwamen van een nachtje uit. Dan breng ik het slotje terug naar de receptie en mijn lakenpakket maar er is nog niemand. Even later komt er toch iemand me terugbetalen. In de kelderverdieping ga ik wachten met een paar anderen tot het ontbijt wordt klaargezet. Om half acht zijn we met een paar vertrekkers. De twee Belgen van in Irun, die hebben twee Fransen opgevist gisteren. Ze vonden het allemaal een zware tocht gisteren.
Om acht uur vertrek ik naar de beduchte berg Igeldo. Ik ben een diesel, kom traag op gang maar hoe ik vandaag startte was zo erg dat ik dacht, dit haal ik niet en zo dadelijk moet ik definitief stoppen. De trappen die langs de appartementsgebouwem oplopen zijn zo slopend voor de knieën en kuiten en vooral de heupen. Het heeft vannacht geregend en dus is het opletten om niet te schuiven op de stenen, geen voet te verrekken of te vallen en iets te breken. Het is bewolkt maar op zich best om te wandelen.
Er stapt nog een vrouw voor me die ik pas in Zarautz terugzie. Onderweg naar Orio stapt er nog een jong meisje voorbij. Ik ben niet meer de snelste, niet meer de eerste, daar moeten we ons nu bij neerleggen.
Plots staat er weer dat gekende tafeltje met water en een gastenboek en een stempel voor de pelgrim.
Heel sympathiek en uit de werf rechtover komen twee mannen. De ene vraagt waar ik vandaan kom en hoe het komt dat er zoveel Belgen op de Camino lopen dit jaar? Ik heb er geen antwoord op. Als hij hoort dat het niet de eerste keer is dat ik hier voorbij loop zegt hij dat ik geen blad nodig heb. Dat geeft hij aan andere pelgrims: informatie met overnachtingen. Hij zegt er nog bij dat ik een kampioen ben en wenst me nog een 'Buon Camino'.
Het asfaltbaantje gaat over in een soms zanderig, soms stenig paadje over de hellingen en de laatste boerderijtjes maken plaats voor een desolaat landschap met varens en heide.

En dan kom je plots aan in Orio, een lieflijk plaatsje met een haven. Op het gekende pleintje zit ik op het gekende terras van de gekende Taberna Bardatxo. Ik bestel een koffie met melk, een pintxo, krijg een stempel in het boekje en mijn kruik wordt gespoeld en met vers water gevuld.
Wat moet een mens nog meer hebben? Na een kwartiertje ben ik weer op weg, loop de brug over en achter de haven door tot onder de brug van de autoweg.
Dan begint er alweer een steile klim tussen de nieuw aangelegde wijngaarden en als ik boven aankom, staat er als een fata morgana een restaurantje waar de ene wagen na de andere stopt voor de middagpauze. Het is kwart voor één. De lucht wordt grijs en trekt helemaal dicht. Ik eet buiten een bord met een entrecote, slaatje en brood, een glas wijn en water. Doet ongelooflijk deugd voor 12,10 euro. Op de hoek staan twee Vlaamse meisjes karton en glas uit een camionette over te laden. Ze werken op de camping. Ze vragen wat informatie over de camino en zeggen dat ze jaloers zijn.
Dan begint de steile afdaling tussen de opritten van de autoweg. Dan weer een steile klim gevolgd door de afdaling naar het grote surfersstrand van Zarautz. Onder de kolonnen ga ik een koffie drinken.
Een paar zwarten zeulen met allerlei rommel en namaak die ze proberen aan te smeren aan de toeristen.
Ik blijf niet lang want er valt wat fijne regen en die ene vrouw komt voorbij. Het is nog een uur en een kwart lopen over de wandelweg langs de kust. En dan ben ik in Getaria waar we vorige keer niet konden overnachten. Ik neem wraak en geraak vlug aan een kamer in een pension. Je moet opbellen en een passante doet dat vrijwillig voor mij. Een jonge vrouw brengt me naar een nette kamer met tweepersoonsbed en TV en op de gang een toilet en douche, voor mij alleen. Beter kan niet. Ontbijt zal ik ergens moeten nemen vanaf zeven uur, in de hoofdstraat. Ik betaal, krijg de sleutels en een kaartje van het stadje. Eerst douchen, de was doen en ophangen. Dan kan ik op verkenning. Er is veel te zien, het is een mooi stadje. Vroeger waren het hier walvisvaarders. Dunne regen die je erg nat maakt en onder een luifel bij een café spelen ze kaart, mannen en vrouwen apart. Ik laat me verleiden door een pilsje en ga informeren of ik kan internetten. Ja, in de bibliotheek en de twee volgende dagen gaat het regenen.

In een winkeltje koop ik een appel, vier yoghurtjes en een flesje fruitsap. In de apotheek haal ik een tube zalf omdat ik zo'n jeuk heb, misschien van insectenbeten. Dus zit ik nu in de bib en in de gang lopen een paar lawaaierige kinderen rond. Straks ga ik nog iets kleins eten en slapen.
Tot een volgende keer!

donderdag 15 september 2011

Dag 3 - Irun - San Sebastian (Donostia in Baskisch)

donderdag 15 september 2011

Door het geroezemoes op de gang ben ik samen met nog een paar anderen veel te vroeg wakker. Het is nog maar kwart voor zes en je kan niet meer slapen en dus sta je op. Wassen en de rugzak schikken. Wachten op het ontbijt, nog een uur? Dan maar vertrekken, om kwart over zes. Het is nog pikdonker. Een bakje koffie uit een automaat en op weg. Ik zie nauwelijks het paadje dat naar het moerasgebied loopt. Over een paar bruggetjes en dan begint de klim tussen een paar huizen en boerderijen. Opletten dat ik niet word overreden door de auto's van wie naar het werk vertrekt. De Monte Jaizkibel doet me zweten. Om tien voor acht ben ik boven aan de Ermita Santiago.



Prachtig uitzicht. Tijd om even uit te blazen en op kracht te komen met een appel. Daarna begint de klim naar de lange eenzame zandweg die de helling volgt. Het duurt een hele tijd voor ik ze hoor en nog niet direct zie: de loslopende muilezels.
Nog bosbewoners die me komen groeten: een snelle eekhoorn en twee kleine zwarte vogeltjes. Uiteindelijk begint dan de spectaculaire afdaling naar het dorpje Pasaia Donibane dat volhangt met vlaggen en leuzen voor de ETA.

Op het bekende terras drink ik een welgekomen cafe con leche en eet er een pintxo bij, vierkantje met vlees en tomatensaus. Dan loop ik wat verder naar het bootje dat me in minder dan een minuut naar de overkant brengt. En wie zit er nog in het bootje? De man die me vannacht wakker hield, hij steekt me voorbij op de steile trappenweg naar boven. Ik puf en moet regelmatig aan de kant gaan staan. Wat een verschil tegen vorig jaar. Ik moet regelmatig wat drinken ook. Op de stenen- en zandweg kom ik vele vrouwen tegen. Is het hier een of andere vrouwendag misschien? Eindelijk boven aan de vuurtoren. Het is uiteindelijk nog zes kilometer tot Donostia.


Verrassend ineens de steile weg naar onder met mooie zichten. En dan sta ik plots beneden aan de inkom van de enorm uitgestrekte stad Donostia. Een stad binnenkomen is anders dan een dorp. Een dorp ontvangt je met open armen en een stad slorpt je op. Hier ben je ineens niemand. Ik moet even puffen op de eerste bank van de promenade aan het eerste strand. Wat een drukte, zoveel mensen op het strand. Dan loop ik over de brug voorbij het Kursaal waar ze rode lopers uitleggen. Alles wordt in gereedheid gebracht voor het filmfestival. Welke vedetten worden hier verwacht? Woody Allen alleszins. Op de grote boulevard koop ik een broodje met hesp en kaas en eet die op op een bank waar een hele troep tetterende oude vrouwen zitten, zwaaiend met hun waaier tegen de warmte.
Wat verderop op een gekend terras bij de kiosk drink ik een koffie. Door de brandende zon loop ik het hele eind van de wandelboulevard tot aan de jeugdherberg. Dat duurt 45 minuten, langs de twee volgende stranden die volzitten en -liggen met zonnekloppers. Ik schrijf me in om 15 uur en krijg de 'mannenkamer' toegewezen en krijg een code van de deur, om in te toetsen. In de kamer zit al een hele groep jongeren die veel lawaai maken, dat belooft. Het is er broeierig heet, twee kleine raampjes. Ik ga douchen en de was doen en op -2 aan de rekjes hangen. Hier kan ik voor het eerst op internet en drie dagen blog ingeven. Daarbij heb ik heel veel krampen in de vingers en het is ook een qwerty- toetsenbord. Ik haal er een busje cola bij, ook hier is het warm. Ik lees alle e-mails. Alles draait goed in Belgenland en BHV is eindelijk gesplitst. Tijd ook om alle batterijen op te laden: die van GSM, fototoestel en scheerapparaat. Rond 19 u ga ik wandelen naar de beeldhouwwerken en er is iets nieuws bijgekomen met geisers die opspuiten als de golven tegen de dijk beuken. Zwemmers springen van de muur in het water en surfers proberen de golven te gebruiken voor hun kunstjes.
In een restaurantje eet ik een jamonschotel met patatas fritas. Er komen twee pilsjes aan te pas. Tegen acht uur vertrekken de laatste zonnekloppers. In de kamer gaan slapen is geen goed idee, het is er broeierig warm en jonge gasten maken zich klaar om uit te gaan. Tegen half elf kunnen we pas de ogen sluiten en slapen. Rond elf uur begint het hevig te regenen, een half uur lang.

Dag 2 - Saint-Jean-de-Luz - Irun

14 september 2011

Mijn wasgoed is nog niet droog en dus gaan ze vanachter op de rugzak mee, in de hoop dat ze drogen. Ik kom beneden en geef mijn sleutel af en ga zitten wachten op mijn ontbijt. Een Hollands echtpaar maakt zich klaar voor de tocht, ze zijn gisteren aangekomen in Biarritz. Zij draagt een kleine rugzak en hij trekt een karretje met twee grote rugzakken opgebonden. Na de croissant en sandwich met konfituur en tas koffie ga ik op pad richting brug. Gisteren was het een zware rit en dat voel ik nog. Die trapwegjes door de duinen waren moeilijk.
Alleen op stap is ook helemaal anders dan met Trees erbij. En dan komt soms weer de vraag in me op waarom ik dit toch doe. Gedeeltelijk natuurlijk voor de foto's die verloren gingen door de diefstal van het fototoestel in 2008 en anderzijds is er natuurlijk die onverklaarbare drang om op pad te gaan...het is kwart voor acht en nog donker als ik vertrek en bijna aan de brug zie ik de Nederlanders terugkeren: zij is haar nordic walking stokken vergeten.

Ik wil de kastelentocht volgen maar loop twee keer mis langs de haven en kom na de toren en de vuurtoren op de kustweg terecht en volg die. Die is weer adembenemend mooi en regelmatig kom ik de Nederlanders tegen. Maar de tocht is weer erg vermoeiend en na vijf kilometer omweg en de vele inhammen moet ik geregeld stoppen om iets te drinken of te eten: fruitsap, appel, druivensuiker.
Om halftwaalf aan Hendaye plage doe ik een terrasje: een koffie om daarna weer 3 kilometer om te lopen met de vele haveninhammen om eindelijk langs het station van Hendaye de brug over te lopen naar Irun: we zijn weer in Spanje.

Op de plaza Colon ga ik bij de gekende Don Jabugo een kroket en patatas bravas eten met een glas rode wijn en krijg mijn bord patatas niet leeg. Het is half drie en de albergue gaat pas open om 16 uur. In het supermarktje vlakbij koop ik yoghurtjes, broodjes, een plak chocolade, sneetjes kaas en een appel. Dan ga ik wat rusten op een bank.


Om tien voor vier laten ze me binnen in de albergue en ik betaal voor een bed en ontbijt om zeven uur. Ik slaap in een kamer met drie andere mannen.
Ik ga douchen en kleren wassen die ik kan drogen in een zwierder. Rond vijf uur loop ik nog even de stad in en eet een koek met koffie erbij in een patisserie. Op het plein aan de kiosk blijf ik wat kijken en Don Jabugo is al dicht. Er spelen heel veel kinderen. Het is nog warm. Vele kinderen dragen een uniform: grijs en donkerblauw.


Tegen zessen bel ik met Trees aan het stationsplein. Twee meisjes komen me een sigaret vragen en als ik zeg dat ik niet rook, lopen ze weer weg en even later staan ze ongegeneerd te kussen met een jongen terwijl een kleine jongen hen iets toeroept. Ik ga slapen al is het nog vroeg en warm. Maar eerst krijg ik nog een gekookte kastanje van een ouder koppel. Ze zijn in vier dagen van Vezelay over Saint-Jean-Pied de Port naar Irun gestapt over de ruwe bergen, telkens 8 uur stappen.
Slaapwel, tot morgen.

dag 1 - Biarritz - Saint-Jean-de-Luz

13 september 2011

Om zes uur loopt de wekker af en om kwart na zeven rijden we thuis weg. Op weg naar Charleroi is het soms druk: achter een bietenwagen rijden, files bij de opritten van de autowegen en door wegenwerken ook omleidingen. Na meer dan een uur rijden komen we in Charleroi airport. Toiletpauze en dan neem ik afscheid van Trees. Hopelijk vindt ze de weg terug met al die omleidingen. Ik check dadelijk in en wordt grondig gecontroleerd. Bij gate 20 is het nog twee uur wachten met mijn flesje water en dan met 20 minuten vertraging stijgen we op en ik krijg een prachtig uitzicht, heel zonnig en bijna niks wolken.





In Biarritz begint de tocht pas echt. Eerst uit de luchthaven weggeraken. Zo'n luchthaven is niet voorzien op voetgangers. Een half uur later vind ik de eerst gele pijl onder een viaduct en kan ik echt beginnen aan de Camino. Het is bloedheet. Mijn twee broodjes zijn al op.
De weg loopt langs een meer en onderaan de baan langs stukjes bos tot aan de kliffen van de zee.
Later kom ik aan in Bidart, gekend plaatsje en mijn eerste terrasje aan Bar du Fronton en tasje koffie, smaakt ongelooflijk lekker.

Het is erg warm en er is veel volk. Ik moet deze keer een stempel halen in het toerismebureau en niet meer in het stadhuis zoals vroeger. Dan loop ik verder langs de villa's tot aan het station van Guethary.


Tien over drie en vanaf nu is het klimmen van de ene klif en duin naar de andere. In die hitte moet ik veel stoppen en aan de kruik water drinken en een koek eten.


De uitzichten op zee zijn wondermooi. Doodmoe kom ik aan in Saint-Jean-de-Luz. Om kwart over vijf krijg ik een stempel op het politiebureau bij het stadhuis. Er is veel volk in de stad. Hotel Bolivar bestaat niet meer en de enige beschikbare hotelkamer is er een van 90 euro (zelfde prijs single of dubbel)en er komt geen warm water in het bad: ah ja zegt de man, dat geraakt niet tot op het vierde verdiep en ah ja, kamer 42 daar staan de kranen van de lavabo verkeerd en ook het water loopt niet weg. Geen prijsvermindering! Ik ga een Baskisch bord eten 'Chez Theo' want ook restaurant Ibaio bestaat niet meer. Het glaasje rode wijn en het koffietje zijn ook heel lekker. Op de kamer kijk ik nog wat TV en zet alle ramen open want het blijft heel warm.