Normaal kan je op zondag pas om 9 uur ontbijten in de kelderverdieping. Maar de twee dames die alles klaarzetten, zeggen me om vijfentwintig over zeven dat ik mag beginnen. Er zit nog een Française aan een tafel en ze spreekt met de dame die alles klaarzet, over hun strandervaringen en dat het zonde was dat er geen zon was. Maar ik moet alweer weg, het is al kwart over negen en ze wensen me 'une bonne promenade' toe. Ik stap naar het station en de brug over en jawel we beginnen alweer met een stevige klim en met fijne regen.
Het is klimmem en nog eens klimmen tot aan de ermita en plots komt er een man met een lawaaierige quad op de weg die me verwittigt dat er een koers aankomt. Ik kom net aan de ermita als er zo'n 150 mountainbikers de hellingen op crossen en er een ongelooflijke stortbui losbarst.
Een jong koppel dat ik gisteren in Deba zag lopen, is ook aan de camino bezig en we moeten schuilen aan de ermita. Het zal de rest van de dag geen moment meer ophouden met regenen. Ineens zitten alle pelgrims samen in het laatste café voor de strook bos van vier uur lang die we doormoeten: de twee Franse dames, het Vlaams koppel, het Frans koppel, de drie Italianen, de drie Spanjaarden en een nieuw Zwitsers duo: vader en dochter. Zij is al 21 dagen alleen onderweg van Genève tot hier en haar vader is er nu bijgekomen en stapt twee dagen mee.
Vanaf daar is het kommer en kwel, maar vooral modder en gladde stenen zorgen voor miserie, tot in Markina Xemein.
Ik ben als eerste pelgrim aan het klooster terwijl een hippiekoppel al ter plaatse is en in één bed samen slaapt. Ze lopen altijd alleen op blote voeten zeggen ze.
Na de inschrijving vraag ik naar een dokter en toon mijn huiduitslag. Grote paniek, de man van de albergue denkt dat ik ergens vlooienbeten heb opgeraapt en eist dat ik mijn rugzak in een oranje plastic zak steek en al de rest in een andere. Alles moet in de gang, weg van mijn bed. Hij gaat het geheel met spuitbussen bewerken. Ik kan hem dat uit het hoofd prenten en wil eerst advies van een dokter. Daarvoor moet ik met de lijnbus naar Ondarria en terug. Daar in het Ambulateria Urgensias Medicas zegt de dokter me dat het een allergie is en geeft me een andere tube zalf om te smeren.
In de albergue krijg ik mijn spullen terug en ondertussen is de albergue volgelopen met de andere pelgrims. We gaan samen eten in restaurant Pitzi waar we een menu pellegrino krijgen. Heel goedkoop en lekker, voorgerecht, hoofdgerecht en dessert, wijn en water. Om 22 uur moet iedereen binnen zijn en gaat de albergue dicht tot zeven uur 's morgens. Ik slaap bijna niet. Oorzaak: vijf snurkers en kreuners.