Om 6u25 loopt mijn GSMwekker af. Ik ga me wassen en maak mijn rugzak klaar in de gang om de andere slapers niet te storen. Dat hebben ze vannacht ook niet gedaan bij mij toen ze terugkwamen van een nachtje uit. Dan breng ik het slotje terug naar de receptie en mijn lakenpakket maar er is nog niemand. Even later komt er toch iemand me terugbetalen. In de kelderverdieping ga ik wachten met een paar anderen tot het ontbijt wordt klaargezet. Om half acht zijn we met een paar vertrekkers. De twee Belgen van in Irun, die hebben twee Fransen opgevist gisteren. Ze vonden het allemaal een zware tocht gisteren.
Om acht uur vertrek ik naar de beduchte berg Igeldo. Ik ben een diesel, kom traag op gang maar hoe ik vandaag startte was zo erg dat ik dacht, dit haal ik niet en zo dadelijk moet ik definitief stoppen. De trappen die langs de appartementsgebouwem oplopen zijn zo slopend voor de knieën en kuiten en vooral de heupen. Het heeft vannacht geregend en dus is het opletten om niet te schuiven op de stenen, geen voet te verrekken of te vallen en iets te breken. Het is bewolkt maar op zich best om te wandelen.
Er stapt nog een vrouw voor me die ik pas in Zarautz terugzie. Onderweg naar Orio stapt er nog een jong meisje voorbij. Ik ben niet meer de snelste, niet meer de eerste, daar moeten we ons nu bij neerleggen.
Plots staat er weer dat gekende tafeltje met water en een gastenboek en een stempel voor de pelgrim.
Heel sympathiek en uit de werf rechtover komen twee mannen. De ene vraagt waar ik vandaan kom en hoe het komt dat er zoveel Belgen op de Camino lopen dit jaar? Ik heb er geen antwoord op. Als hij hoort dat het niet de eerste keer is dat ik hier voorbij loop zegt hij dat ik geen blad nodig heb. Dat geeft hij aan andere pelgrims: informatie met overnachtingen. Hij zegt er nog bij dat ik een kampioen ben en wenst me nog een 'Buon Camino'.
Het asfaltbaantje gaat over in een soms zanderig, soms stenig paadje over de hellingen en de laatste boerderijtjes maken plaats voor een desolaat landschap met varens en heide.
En dan kom je plots aan in Orio, een lieflijk plaatsje met een haven. Op het gekende pleintje zit ik op het gekende terras van de gekende Taberna Bardatxo. Ik bestel een koffie met melk, een pintxo, krijg een stempel in het boekje en mijn kruik wordt gespoeld en met vers water gevuld.
Wat moet een mens nog meer hebben? Na een kwartiertje ben ik weer op weg, loop de brug over en achter de haven door tot onder de brug van de autoweg.
Dan begint er alweer een steile klim tussen de nieuw aangelegde wijngaarden en als ik boven aankom, staat er als een fata morgana een restaurantje waar de ene wagen na de andere stopt voor de middagpauze. Het is kwart voor één. De lucht wordt grijs en trekt helemaal dicht. Ik eet buiten een bord met een entrecote, slaatje en brood, een glas wijn en water. Doet ongelooflijk deugd voor 12,10 euro. Op de hoek staan twee Vlaamse meisjes karton en glas uit een camionette over te laden. Ze werken op de camping. Ze vragen wat informatie over de camino en zeggen dat ze jaloers zijn.
Dan begint de steile afdaling tussen de opritten van de autoweg. Dan weer een steile klim gevolgd door de afdaling naar het grote surfersstrand van Zarautz. Onder de kolonnen ga ik een koffie drinken.
Een paar zwarten zeulen met allerlei rommel en namaak die ze proberen aan te smeren aan de toeristen.
Ik blijf niet lang want er valt wat fijne regen en die ene vrouw komt voorbij. Het is nog een uur en een kwart lopen over de wandelweg langs de kust. En dan ben ik in Getaria waar we vorige keer niet konden overnachten. Ik neem wraak en geraak vlug aan een kamer in een pension. Je moet opbellen en een passante doet dat vrijwillig voor mij. Een jonge vrouw brengt me naar een nette kamer met tweepersoonsbed en TV en op de gang een toilet en douche, voor mij alleen. Beter kan niet. Ontbijt zal ik ergens moeten nemen vanaf zeven uur, in de hoofdstraat. Ik betaal, krijg de sleutels en een kaartje van het stadje. Eerst douchen, de was doen en ophangen. Dan kan ik op verkenning. Er is veel te zien, het is een mooi stadje. Vroeger waren het hier walvisvaarders. Dunne regen die je erg nat maakt en onder een luifel bij een café spelen ze kaart, mannen en vrouwen apart. Ik laat me verleiden door een pilsje en ga informeren of ik kan internetten. Ja, in de bibliotheek en de twee volgende dagen gaat het regenen.
In een winkeltje koop ik een appel, vier yoghurtjes en een flesje fruitsap. In de apotheek haal ik een tube zalf omdat ik zo'n jeuk heb, misschien van insectenbeten. Dus zit ik nu in de bib en in de gang lopen een paar lawaaierige kinderen rond. Straks ga ik nog iets kleins eten en slapen.
Tot een volgende keer!