zondag 5 januari 2014
Via de la Plata
In 2014 gaan we een deel van de "Via de la Plata" stappen. Dat is vanaf Sevilla naar boven. We kijken ernaar uit. Lees later hier ons verslag.
woensdag 5 oktober 2011
en alle foto's in 3 filmpjes!
maandag 26 september 2011
dag 13: Santander- naar huis
zondag 25 september
Mijn wekker loopt af om zeven. Ik ga douchen en maak mijn rugzak klaar. De toegangsdeur naar de eetkamer is dicht. Even later komt de man openmaken, sleept zijn matras vanuit de eetkamer/zithoek weg. Na een kwartiertje staat het ontbijt klaar: twee toasten, een cakeje, een fruitsap en een koffie. Ik mag tegen betaling van één euro de rugzak nog laten staan tot in de namiddag. Ik vertrek op verkenning door de stad. Het is zondag.
Op de promenade langs de haven staan een paar mannen te vissen, er wordt flink gejogd en om negen uur komen er steeds meer mensen zich op de middenstrook parkeren en pakken hun fietsen en helmen uit voor het hele gezin. Dan beginnen ze de hele strook van de promenade op en neer te rijden.
Om het half uur komt er een bootje aan uit Somo, sommige al met nieuwe pelgrims. Nog geen bekenden. Ik voel de vermoeidheid van de voorbije dagen en ga op één van de banken zitten onder een mimosaboom en begin onmiddellijk te niezen. Dat lijkt geen goed idee. Het is mooi geweest, we kunnen weer naar huis. In de binnenstad op het stadhuisplein, is er een soort fietseling aan de gang. Ze roepen fier door de luidsprekers om dat er al duizend fietsers zijn.
Onder de tunnel naar het busstation, is er rommelmarkt. Langs de ene kant tafels en schragen met koopwaar, aan de andere kant op de grond zijn het zigeuners die spullen verkopen.
Ik ga een koffie drinken op één van de terrassen. Daar zitten twee Finse vrouwen zichtkaartjes te schrijven. Ze hebben de camino gestapt tot in Compostela en zijn dan terug naar Bilbao gereisd om terug tot in Santander de camino te stappen.
Als ik hen vertel van hostal BBB besluiten ze zich daar ook te melden voor de volgende nacht. Ik stap nog even tot aan het beeld waar ik op verzoek steentjes achterliet.
Als ik daarna nog eens richting haven stap, zie ik bekenden: Julia en Cordula en nog een andere Duitse. Ze zijn samen naar hier gestapt, langzamer dan anders.
Ze gaan eerst mee naar hostal BBB, gaan dan kijken naar de gewone albergue waar ze erg onvriendelijk zijn en besluiten dan terug te komen naar BBB. Omdat ze naar het strand willen, mogen ze eerst gaan douchen. Daarna ga ik met Cordula onderaaan op het caféterras nog een koffie drinken en navertellen. Om 16 uur neem ik de bus naar de luchthaven, veel te vroeg. Het is dus nog lang wachten, maar mijn rugzak is al ingecheckt en ik ga nog wat eten en drinken voor ze beginnen met de boarding. Dat gebeurt al heel vroeg en voor het twintig over acht is, hangen we al in de lucht. Naast me zit een jonge gast die geen seconde stilzit. Om twintig voor tien raken de wielen van het vliegtuig de bodem van de piste van Charleroi en al vlug zijn we buiten. Trees is net toegekomen. We kunnen naar huis. Het is hier ook warm weer.
We hebben veel te vertellen.
Mijn wekker loopt af om zeven. Ik ga douchen en maak mijn rugzak klaar. De toegangsdeur naar de eetkamer is dicht. Even later komt de man openmaken, sleept zijn matras vanuit de eetkamer/zithoek weg. Na een kwartiertje staat het ontbijt klaar: twee toasten, een cakeje, een fruitsap en een koffie. Ik mag tegen betaling van één euro de rugzak nog laten staan tot in de namiddag. Ik vertrek op verkenning door de stad. Het is zondag.
Op de promenade langs de haven staan een paar mannen te vissen, er wordt flink gejogd en om negen uur komen er steeds meer mensen zich op de middenstrook parkeren en pakken hun fietsen en helmen uit voor het hele gezin. Dan beginnen ze de hele strook van de promenade op en neer te rijden.
Om het half uur komt er een bootje aan uit Somo, sommige al met nieuwe pelgrims. Nog geen bekenden. Ik voel de vermoeidheid van de voorbije dagen en ga op één van de banken zitten onder een mimosaboom en begin onmiddellijk te niezen. Dat lijkt geen goed idee. Het is mooi geweest, we kunnen weer naar huis. In de binnenstad op het stadhuisplein, is er een soort fietseling aan de gang. Ze roepen fier door de luidsprekers om dat er al duizend fietsers zijn.
Onder de tunnel naar het busstation, is er rommelmarkt. Langs de ene kant tafels en schragen met koopwaar, aan de andere kant op de grond zijn het zigeuners die spullen verkopen.
Ik ga een koffie drinken op één van de terrassen. Daar zitten twee Finse vrouwen zichtkaartjes te schrijven. Ze hebben de camino gestapt tot in Compostela en zijn dan terug naar Bilbao gereisd om terug tot in Santander de camino te stappen.
Als ik hen vertel van hostal BBB besluiten ze zich daar ook te melden voor de volgende nacht. Ik stap nog even tot aan het beeld waar ik op verzoek steentjes achterliet.
Als ik daarna nog eens richting haven stap, zie ik bekenden: Julia en Cordula en nog een andere Duitse. Ze zijn samen naar hier gestapt, langzamer dan anders.
Ze gaan eerst mee naar hostal BBB, gaan dan kijken naar de gewone albergue waar ze erg onvriendelijk zijn en besluiten dan terug te komen naar BBB. Omdat ze naar het strand willen, mogen ze eerst gaan douchen. Daarna ga ik met Cordula onderaaan op het caféterras nog een koffie drinken en navertellen. Om 16 uur neem ik de bus naar de luchthaven, veel te vroeg. Het is dus nog lang wachten, maar mijn rugzak is al ingecheckt en ik ga nog wat eten en drinken voor ze beginnen met de boarding. Dat gebeurt al heel vroeg en voor het twintig over acht is, hangen we al in de lucht. Naast me zit een jonge gast die geen seconde stilzit. Om twintig voor tien raken de wielen van het vliegtuig de bodem van de piste van Charleroi en al vlug zijn we buiten. Trees is net toegekomen. We kunnen naar huis. Het is hier ook warm weer.
We hebben veel te vertellen.
zaterdag 24 september 2011
Dag 12 Santona - Santander
zaterdag 24 september 2011
Om zes uur staat het trio vroege stappers op en gaan ontbijten. Ze stappen naar Güemes vandaag. Ze geven me een telefoonnummer en vragen me te melden als ik een tof pension weet in Santander. Tegen half acht sta ik ook in de refter, er liggen een paar koekjes voor elk, kleine beschuitjes en koffie, wat ontbijtgranen. Daarna vertrek ik ook.
Ik vind het busstation na een paar keer vragen. Nog even wachten in het cafeetje met een koffie. Om kwart voor negen rij ik met de bus weg naar Santander. Meer dan een half uur lang, ben ik de enige passagier. Onderweg passeer ik alle bekende plaatsen van de Camino, ook het rond punt waar Trees haar voet klonk. Ik zie voortdurend pelgrims stappen en ook rijden met de fiets. Tegen het einde van de rit stappen er nog wat mensen op, vooral studenten. Om twintig voor tien ben ik in Santander, in het busstation. Een beetje verderop zie ik een aanduiding van een hostal BBB Ik ga kijken.
Het is een nieuw jeugdhotel. Heel proper en heel vriendelijke mensen. Ik ben direct verkocht. Zo goed gelegen. Ik krijg voorlopig een kamer van vier en een locker en ontbijt. Daarna ga ik op verkenning, langs de haven
, langs de kathedraal en de Camino en zoek een geschikt plaatsje om de drie steentjes te leggen die ik heb meegbracht. Ze liggen op een mooi plaatsje bij een bronzen beeld van een kerk.
Vandaar ga ik wat shoppen. Als ik terugben is de hostal dicht, om half één. Onderaan eet ik twee pintxos bij een koffie en daarna is de herberg terug open. Dan zet ik mijn tocht door de stad verder en kan terug wat internetten. Half drie en het is weer erg warm.
Morgen terug naar huis, het is mooi geweest.
Een fikse wandeling brengt me tot aan het strand, de hele andere kant voorbij de haven. Eerst is er een betonnen strook waar mensen liggen te zonnen en verderop het zandstrand. Ik zet me ook wat in de zon maar niet te lang want de zon brandt stevig. Ik wil niet als een kreeft naar huis.
Tegen 19 uur probeer ik iets te zoeken om te eten. De twee aanraders van de BBB zijn 'La Conveniente' maar daar zouden ze vanaf 20 uur 30 zo'n twintig minuten in file aanschuiven en ook 'Cantabria' is nog gesloten. Dan maar zo'n 'Café e te' met een goedkope spagetti en een glas rode wijn. Ik wil nog even wat wandelen in de buurt van het hostal en loop over het stationssplein. Er lopen rare figuren rond en plots zie ik iemand zitten die ik ken, met zijn T-shirt 'I love SLO', het is Carlos. Hij is vandaag van Santona naar Guemes gestapt met de anderen, heeft twee uur gerust en is dan alleen verder gestapt tot in Santander, een dubbele etappe. Hij heeft net zijn bus gemist en moet tot 01.00 uur wachten op de volgende naar Madrid. Ik neem hem mee naar het hostal waar hij zijn rugzak mag achterlaten. Hij wil in dezelfde 'cafe e te' iets eten. Ondertussen drink ik een cola. Daarna gaan we terug naar de hostal en kletsen nog wat af tot 11u30. Dan ga ik slapen en de hostal gaat dicht, hij zal nog anderhalf uur buiten moeten wachten. Het wordt weer moeilijk slapen door al het nachtlawaai buiten op de straat, glasbakken die worden gevuld en leeggemaakt, fuivende jongeren, tot zeven uur 's morgens.
Om zes uur staat het trio vroege stappers op en gaan ontbijten. Ze stappen naar Güemes vandaag. Ze geven me een telefoonnummer en vragen me te melden als ik een tof pension weet in Santander. Tegen half acht sta ik ook in de refter, er liggen een paar koekjes voor elk, kleine beschuitjes en koffie, wat ontbijtgranen. Daarna vertrek ik ook.
Ik vind het busstation na een paar keer vragen. Nog even wachten in het cafeetje met een koffie. Om kwart voor negen rij ik met de bus weg naar Santander. Meer dan een half uur lang, ben ik de enige passagier. Onderweg passeer ik alle bekende plaatsen van de Camino, ook het rond punt waar Trees haar voet klonk. Ik zie voortdurend pelgrims stappen en ook rijden met de fiets. Tegen het einde van de rit stappen er nog wat mensen op, vooral studenten. Om twintig voor tien ben ik in Santander, in het busstation. Een beetje verderop zie ik een aanduiding van een hostal BBB Ik ga kijken.
Het is een nieuw jeugdhotel. Heel proper en heel vriendelijke mensen. Ik ben direct verkocht. Zo goed gelegen. Ik krijg voorlopig een kamer van vier en een locker en ontbijt. Daarna ga ik op verkenning, langs de haven
, langs de kathedraal en de Camino en zoek een geschikt plaatsje om de drie steentjes te leggen die ik heb meegbracht. Ze liggen op een mooi plaatsje bij een bronzen beeld van een kerk.
Vandaar ga ik wat shoppen. Als ik terugben is de hostal dicht, om half één. Onderaan eet ik twee pintxos bij een koffie en daarna is de herberg terug open. Dan zet ik mijn tocht door de stad verder en kan terug wat internetten. Half drie en het is weer erg warm.
Morgen terug naar huis, het is mooi geweest.
Een fikse wandeling brengt me tot aan het strand, de hele andere kant voorbij de haven. Eerst is er een betonnen strook waar mensen liggen te zonnen en verderop het zandstrand. Ik zet me ook wat in de zon maar niet te lang want de zon brandt stevig. Ik wil niet als een kreeft naar huis.
Tegen 19 uur probeer ik iets te zoeken om te eten. De twee aanraders van de BBB zijn 'La Conveniente' maar daar zouden ze vanaf 20 uur 30 zo'n twintig minuten in file aanschuiven en ook 'Cantabria' is nog gesloten. Dan maar zo'n 'Café e te' met een goedkope spagetti en een glas rode wijn. Ik wil nog even wat wandelen in de buurt van het hostal en loop over het stationssplein. Er lopen rare figuren rond en plots zie ik iemand zitten die ik ken, met zijn T-shirt 'I love SLO', het is Carlos. Hij is vandaag van Santona naar Guemes gestapt met de anderen, heeft twee uur gerust en is dan alleen verder gestapt tot in Santander, een dubbele etappe. Hij heeft net zijn bus gemist en moet tot 01.00 uur wachten op de volgende naar Madrid. Ik neem hem mee naar het hostal waar hij zijn rugzak mag achterlaten. Hij wil in dezelfde 'cafe e te' iets eten. Ondertussen drink ik een cola. Daarna gaan we terug naar de hostal en kletsen nog wat af tot 11u30. Dan ga ik slapen en de hostal gaat dicht, hij zal nog anderhalf uur buiten moeten wachten. Het wordt weer moeilijk slapen door al het nachtlawaai buiten op de straat, glasbakken die worden gevuld en leeggemaakt, fuivende jongeren, tot zeven uur 's morgens.
vrijdag 23 september 2011
Dag 11 Castro Urdiales - Santona
Vrijdag 23 september 2011
Ik word om acht uur wakker. De zon schijnt op het oude terras. Om half negen ga ik in de taberna ernaast ontbijten: twee koeken en een koffie. Ik ga te voet naar het busstation op de Plaza del toro.
Er komt pas om kwart voor elf een bus naar Santander. Daarna verneem ik dat de bus ergens anders komt, weer naar beneden aan een café. Ik koop een flesje spuitwater en wacht tot een kleine bus me tot Laredo brengt. In Laredo is heel de stad volzet met Middeleeuwse kraampjes.
Ook alle pensions zijn bezet.Ik eet een sandwich en stap de hele promenade af langs het strand
tot aan la Punta
en neem het bootje naar de overkant, Santona. Vandaar ga ik naar de albergue samen met een oude Poolse dame en twee Duitse vrouwen.
Een beetje later is daar ook Cordela en de Spanjaarden William en Carlos. Ik ga douchen, doe de was en hang die buiten te drogen. Ik realiseer me dat er een slip van me is verdwenen al een paar dagen. We gaan met vier samen in de stad iets eten en een ijsje ook aan de overkant.
Dan zitten we wat te kletsen op een bank aan de overzet en ga ik internetten. Een jong koppeltje brengt me in het internetcafé rechtover de post. Morgen moet ik verder met de bus naar Santander.
Ik ga terug naar de albergue en zie dat iedereen weg is. Dan ga ik ook nog maar even de stad in. Onderweg hoor ik luid zingen en klappen en stampen op ritmische muziek, in één van de opslagplaatsen van de sardienenfabrieken. Ik denk zo'n dansschool of carnavalband. Als ik op het eerste verdiep kom, zie ik dat het een evangelische kerk is met een soort van gospelsongs, heel luid roept iedereen mee. Het lijken me eerder zigeuners, allen donkere types. Ik voel me niet zo op mijn gemak en ga door al word ik aangesproken door een man die me waarschijnlijk wil bekeren. Het is al tien over zeven. Een beetje verder kom ik het bekende trio tegen die inkopen zijn gaan doen en ze vragen me of ik mee met hen iets wil eten. Ik ga ook eerst inkopen doen en koop een fles Riojawijn. Als we buiten gezellig met vieren aan een picknicktafel eten en vertellen en lachen wordt het donker maar het uitzicht op de haven is magnifiek. In de lage wieren en algen zoeken mensen met pillichten naar mossels. Om tien uur moeten we binnen in de herberg maar als we om twee voor tien de deur willen openduwen is alles al potdicht. We bellen, daarna telefoneren de Spanjaarden, niks. Uiteindelijk zijn we over het hek achteraan aan de tenten geklommen en stond de buitendeur open en konden we binnen. Er zaten nog drie vrouwen in het salon, die hadden telefoon en bel gehoord maar hadden niet gereageerd. Van slapen kwam niet veel in huis, te warm, veel muggen en snurkers.
Ik word om acht uur wakker. De zon schijnt op het oude terras. Om half negen ga ik in de taberna ernaast ontbijten: twee koeken en een koffie. Ik ga te voet naar het busstation op de Plaza del toro.
Er komt pas om kwart voor elf een bus naar Santander. Daarna verneem ik dat de bus ergens anders komt, weer naar beneden aan een café. Ik koop een flesje spuitwater en wacht tot een kleine bus me tot Laredo brengt. In Laredo is heel de stad volzet met Middeleeuwse kraampjes.
Ook alle pensions zijn bezet.Ik eet een sandwich en stap de hele promenade af langs het strand
tot aan la Punta
en neem het bootje naar de overkant, Santona. Vandaar ga ik naar de albergue samen met een oude Poolse dame en twee Duitse vrouwen.
Een beetje later is daar ook Cordela en de Spanjaarden William en Carlos. Ik ga douchen, doe de was en hang die buiten te drogen. Ik realiseer me dat er een slip van me is verdwenen al een paar dagen. We gaan met vier samen in de stad iets eten en een ijsje ook aan de overkant.
Dan zitten we wat te kletsen op een bank aan de overzet en ga ik internetten. Een jong koppeltje brengt me in het internetcafé rechtover de post. Morgen moet ik verder met de bus naar Santander.
Ik ga terug naar de albergue en zie dat iedereen weg is. Dan ga ik ook nog maar even de stad in. Onderweg hoor ik luid zingen en klappen en stampen op ritmische muziek, in één van de opslagplaatsen van de sardienenfabrieken. Ik denk zo'n dansschool of carnavalband. Als ik op het eerste verdiep kom, zie ik dat het een evangelische kerk is met een soort van gospelsongs, heel luid roept iedereen mee. Het lijken me eerder zigeuners, allen donkere types. Ik voel me niet zo op mijn gemak en ga door al word ik aangesproken door een man die me waarschijnlijk wil bekeren. Het is al tien over zeven. Een beetje verder kom ik het bekende trio tegen die inkopen zijn gaan doen en ze vragen me of ik mee met hen iets wil eten. Ik ga ook eerst inkopen doen en koop een fles Riojawijn. Als we buiten gezellig met vieren aan een picknicktafel eten en vertellen en lachen wordt het donker maar het uitzicht op de haven is magnifiek. In de lage wieren en algen zoeken mensen met pillichten naar mossels. Om tien uur moeten we binnen in de herberg maar als we om twee voor tien de deur willen openduwen is alles al potdicht. We bellen, daarna telefoneren de Spanjaarden, niks. Uiteindelijk zijn we over het hek achteraan aan de tenten geklommen en stond de buitendeur open en konden we binnen. Er zaten nog drie vrouwen in het salon, die hadden telefoon en bel gehoord maar hadden niet gereageerd. Van slapen kwam niet veel in huis, te warm, veel muggen en snurkers.
Dag 10 Pobena- Castro Urdiales
Donderdag 22 september 201&
Om zeven uur spoedt iedereen zich uit bed, wassen en aan tafel is het graaien om ontbijt te krijgen, paar sneetjes brood en jam en koude choco. Inpakken en wegwezen.
De hele voormiddag loop ik samen met de Duitse Cordela
tot in Castro Urdiales, eigenlijk zonder één maal te pauzeren. De zonsopgang en de landschappen langs de kust zijn mooi. Het begin is het moeilijkste: vele steile lange trappen. De mooie weg komt weer tot herinnering. Onderweg is er niets open om iets te gaan drinken. We stappen maar verder.

We zijn blijkbaar de eerste van de pelgrims in Castro Urdiales, het is kwart voor elf. Ik heb nog rugpijn van gisteren. Het weer slaat ineens om, donkere wolken. We eten twee pintxos en drinken iets fris onder de arcades.
Dan boek ik een nacht in pension La Marina. Cordela gaat verder, is nog fris, pas begonnen op de camino. Ik betaal voor een kamer zonder ontbijt. Ik zie nog Julia, een heel gesloten meisje en ze is gaan internetten en neemt ook een kamer in een pension. 's Avonds eet ik nog twee pintxos bij een glas wijn.
Ik kon nog een klein halfuurtje internetten. Ik ga al vroeg slapen, er is niks goed op TV. Ik zet geen wekker, ik zie wel.
Om zeven uur spoedt iedereen zich uit bed, wassen en aan tafel is het graaien om ontbijt te krijgen, paar sneetjes brood en jam en koude choco. Inpakken en wegwezen.
De hele voormiddag loop ik samen met de Duitse Cordela
tot in Castro Urdiales, eigenlijk zonder één maal te pauzeren. De zonsopgang en de landschappen langs de kust zijn mooi. Het begin is het moeilijkste: vele steile lange trappen. De mooie weg komt weer tot herinnering. Onderweg is er niets open om iets te gaan drinken. We stappen maar verder.
We zijn blijkbaar de eerste van de pelgrims in Castro Urdiales, het is kwart voor elf. Ik heb nog rugpijn van gisteren. Het weer slaat ineens om, donkere wolken. We eten twee pintxos en drinken iets fris onder de arcades.
Dan boek ik een nacht in pension La Marina. Cordela gaat verder, is nog fris, pas begonnen op de camino. Ik betaal voor een kamer zonder ontbijt. Ik zie nog Julia, een heel gesloten meisje en ze is gaan internetten en neemt ook een kamer in een pension. 's Avonds eet ik nog twee pintxos bij een glas wijn.
Ik kon nog een klein halfuurtje internetten. Ik ga al vroeg slapen, er is niks goed op TV. Ik zet geen wekker, ik zie wel.
Dag 9 Bilbao - Pobenia
Woensdag 21 september 2011
Om 8 uur ga ik gepakt aan de overkant in Esbenik ontbijten. Een koek en een koffie volstaan. Dan loop ik de stad door langs de rio tot aan het Guggenheim,
om overal wat foto's te maken.
Vandaar kom ik weer gemakkelijk op de camino, richting Portugalete. Het is helemaal geen aangename weg langs de baan, het kanaal en overal rondom industrie. Om 11 uur ben ik in Portugalete.
Op een terrasje drink ik een koffie, koop een appel en een cola en informeer naar een albergue in La Pobena. Ik moet nog stevig doorstappen voorbij Zierbana
en om 15u15 ben ik aan de albergue aan het eind van het strand. Hij is al bijna volzet. Alles is erg basic. Per twee in de douche, aanschuiven om je was te doen. De bijdrage is vrijwillig. Ontbijt om zeven uur. Allemaal nieuwe gezichten behalve de Fransman die ik een tijdje meemaakte tussen Bilbao en Portugalete. Ik ga even wandelen langs het strand. Nergens internet. Ik bel even na 18 u met Trees en drink iets fris. Playa de la Irena is een mooi strandje.
De zon gaat weg maar toch zijn er nog heel wat zonnekloppers. Het is 23 graden. Aan een bestelwagen koop ik een banaan en een appel. In de albergue zitten we met een groepje samen te kletsen aan tafel. Ook Ilena is toegekomen. Daarna gaan we met een groepje samen eten om het hoekje. We krijgen er een menu pelegrini. We krijgen een dikke groentensoep met aardappelen en stukken vlees, een filete met friet, spuitwater en wijn, koffie. Naast ons zitten twee Hollandse dametjes, de Fransen, twee Duitse dames, de Fransman heel alleen. Onze koffie drinken we buiten en daarna gaan we met zijn allen terug naar de albergue om te slapen. Er zijn twee Duitsers bijgekomen, Julia en Cordela.
En al dadelijk begint er een reeks te snurken. Het is warm en ik slaap slecht.
Om 8 uur ga ik gepakt aan de overkant in Esbenik ontbijten. Een koek en een koffie volstaan. Dan loop ik de stad door langs de rio tot aan het Guggenheim,
om overal wat foto's te maken.
Vandaar kom ik weer gemakkelijk op de camino, richting Portugalete. Het is helemaal geen aangename weg langs de baan, het kanaal en overal rondom industrie. Om 11 uur ben ik in Portugalete.
Op een terrasje drink ik een koffie, koop een appel en een cola en informeer naar een albergue in La Pobena. Ik moet nog stevig doorstappen voorbij Zierbana
en om 15u15 ben ik aan de albergue aan het eind van het strand. Hij is al bijna volzet. Alles is erg basic. Per twee in de douche, aanschuiven om je was te doen. De bijdrage is vrijwillig. Ontbijt om zeven uur. Allemaal nieuwe gezichten behalve de Fransman die ik een tijdje meemaakte tussen Bilbao en Portugalete. Ik ga even wandelen langs het strand. Nergens internet. Ik bel even na 18 u met Trees en drink iets fris. Playa de la Irena is een mooi strandje.
De zon gaat weg maar toch zijn er nog heel wat zonnekloppers. Het is 23 graden. Aan een bestelwagen koop ik een banaan en een appel. In de albergue zitten we met een groepje samen te kletsen aan tafel. Ook Ilena is toegekomen. Daarna gaan we met een groepje samen eten om het hoekje. We krijgen er een menu pelegrini. We krijgen een dikke groentensoep met aardappelen en stukken vlees, een filete met friet, spuitwater en wijn, koffie. Naast ons zitten twee Hollandse dametjes, de Fransen, twee Duitse dames, de Fransman heel alleen. Onze koffie drinken we buiten en daarna gaan we met zijn allen terug naar de albergue om te slapen. Er zijn twee Duitsers bijgekomen, Julia en Cordela.
En al dadelijk begint er een reeks te snurken. Het is warm en ik slaap slecht.
donderdag 22 september 2011
Dag 8 Gernika- Bilbao
dinsdag 20 september 2011
Om 8 uur sta ik beneden in het café met mijn blauw bonnetje voor het ontbijt. Ik mag 7 kleine toastjes met konfituur gebruiken en een glas fruitsap en koffie.
Twintig minuten later ben ik op pad. De zon schijnt, ik neem wat foto's en word aangesproken door een verdacht mannetje die mijn camera vraagt om een foto van mij te maken. Ik doorzie deze truc, bedank en begin te klimmen. Het echte klimwerk begint als we echt weg zijn uit de vele nieuwe wijken van de stad. Eerst passeer ik rond 10 uur de twee Italianen. Ze zingen niet meer sinds ze met twee stappen. Rond 11uur zitten er twee picknickende Duitse meisjes aan de kant halfweg de klim.
Dan zijn er de twee Franse vrouwen. Iedereen kent iedereen en vraagt 'comment ça va et les jambes?'. Het pad loopt doorheen de fameuze eucalyptusbossen waar de rallye toen doorraasde.
Deze keer moet ik niet meer rennen voor mijn leven of in de gracht springen om mijn hachje te redden.
Dan zie ik nog het Zwitsers meisje Ilena aan de kant zitten en als ik verder ga en in het oude mooie dorpje aankom
waar het cafeetje gesloten is, komt zij er ook aan en we stappen nog een stuk samen tot het volgende dorp waar we samen eindelijk een terras vinden om iets te drinken. Zij rolt ondertussen een sigaretje.
Ik neem een koffie. Het is warm vandaag, maar laten we niet klagen. In Lezama drinken we nog iets fris en daar neem ik het treintje naar Bilbao. Ilena gaat dapper verder. De trein is er dadelijk en ik heb geen tijd om een ticket te nemen uit de automaat. Een man doet teken dat ik maar moet opstappen en wel zal zien hoe ik betaal. Als ik uitstap in het station van Bilbao moet ik betalen.
In pension La Fuente neem ik een kamer zonder ontbijt. De oude man is nauwgezet, je moet aan zijn bureau betalen, je krijgt een ticket en hij geeft me ook een stempel. Het oude huis heeft mooie houten trappen, deuren en gangen. Ik krijg kamer negen en kan kiezen uit twee badkamers. Na douchen en de was, ga ik wandelen en op de Plazuela Santiago een koffie drinken. Ik word aangesproken door een ouder Deens koppel die me lang uitvragen over de Camino. Ik ga dan iets eten, salade met tomaat en tonijn en de onmisbare patatas bravas. Dan komt Ilena daar voorbij en ze heeft ook een pension geboekt. We drinken nog samen een koffie.
Daarna ga ik slapen.
Om 8 uur sta ik beneden in het café met mijn blauw bonnetje voor het ontbijt. Ik mag 7 kleine toastjes met konfituur gebruiken en een glas fruitsap en koffie.
Twintig minuten later ben ik op pad. De zon schijnt, ik neem wat foto's en word aangesproken door een verdacht mannetje die mijn camera vraagt om een foto van mij te maken. Ik doorzie deze truc, bedank en begin te klimmen. Het echte klimwerk begint als we echt weg zijn uit de vele nieuwe wijken van de stad. Eerst passeer ik rond 10 uur de twee Italianen. Ze zingen niet meer sinds ze met twee stappen. Rond 11uur zitten er twee picknickende Duitse meisjes aan de kant halfweg de klim.
Dan zijn er de twee Franse vrouwen. Iedereen kent iedereen en vraagt 'comment ça va et les jambes?'. Het pad loopt doorheen de fameuze eucalyptusbossen waar de rallye toen doorraasde.
Deze keer moet ik niet meer rennen voor mijn leven of in de gracht springen om mijn hachje te redden.
Dan zie ik nog het Zwitsers meisje Ilena aan de kant zitten en als ik verder ga en in het oude mooie dorpje aankom
waar het cafeetje gesloten is, komt zij er ook aan en we stappen nog een stuk samen tot het volgende dorp waar we samen eindelijk een terras vinden om iets te drinken. Zij rolt ondertussen een sigaretje.
Ik neem een koffie. Het is warm vandaag, maar laten we niet klagen. In Lezama drinken we nog iets fris en daar neem ik het treintje naar Bilbao. Ilena gaat dapper verder. De trein is er dadelijk en ik heb geen tijd om een ticket te nemen uit de automaat. Een man doet teken dat ik maar moet opstappen en wel zal zien hoe ik betaal. Als ik uitstap in het station van Bilbao moet ik betalen.
In pension La Fuente neem ik een kamer zonder ontbijt. De oude man is nauwgezet, je moet aan zijn bureau betalen, je krijgt een ticket en hij geeft me ook een stempel. Het oude huis heeft mooie houten trappen, deuren en gangen. Ik krijg kamer negen en kan kiezen uit twee badkamers. Na douchen en de was, ga ik wandelen en op de Plazuela Santiago een koffie drinken. Ik word aangesproken door een ouder Deens koppel die me lang uitvragen over de Camino. Ik ga dan iets eten, salade met tomaat en tonijn en de onmisbare patatas bravas. Dan komt Ilena daar voorbij en ze heeft ook een pension geboekt. We drinken nog samen een koffie.
Daarna ga ik slapen.
maandag 19 september 2011
Dag 7 Markina Xemein-Gernika
maandag 19 september 2011
Om zeven uur gaat het volle licht aan en wordt iedereen verzocht op te staan. Die man is een echte militarist. Wassen en inpakken, alles wat we van het droogrek halen is nog niet droog en ik haal ook de bollen krantenpapier uit de schoenen. Om de hoek ga ik ontbijten, twee croissants en een koffie en begin weer aan een lange vermoeiende tocht door de stromende regen.
Vooral de modder maakt het moeilijk. Soms is het meer schuiven dan stappen. Het fototoestel doet het niet meer: de display is stuk en ik zie niks meer op het grote scherm, alleen door het kleine venster.
De batterij is weer helemaal opgeladen maar dat is niet voldoende. Ik kan dus geen foto's nemen in Bolibar waar Simon Bolivar vandaan komt en het museum is nog steeds dicht net als de taberna.
Dus lopen we verder door het natte weiland tot in Munibar en je gelooft het niet: het is gestopt met regenen. Ik hou halt onder de luifel van het terras waar ik met Trees ook stopte. De bloembakken zijn verdwenen. Na die cafe con lecce moet ik weer verder.
Doorgaan door bos, ploeteren door de modder, beken en plassen, strompelen en proberen niet te vallen en ik doe er meer dan zeven uur over om aan te komen in Gernika, deze keer met pijn in rug en bovenbenen. Ik zoek meteen hotel Bolina op en schrijf me in voor een kamer, ditmaal met ontbijt. Er staan nog mountainbikes vol modder. Ik ben uitgeput en die douche doet wonderen en de was hangt alweer te drogen.
Ik haal mijn stempel in het toerismebureau en informeer naar het internetlokaal. Hier zit ik nu na mijn wandeling door de stad en dadelijk ga ik naar hotel Bolina voor het avondeten.
Tot morgen!
Om zeven uur gaat het volle licht aan en wordt iedereen verzocht op te staan. Die man is een echte militarist. Wassen en inpakken, alles wat we van het droogrek halen is nog niet droog en ik haal ook de bollen krantenpapier uit de schoenen. Om de hoek ga ik ontbijten, twee croissants en een koffie en begin weer aan een lange vermoeiende tocht door de stromende regen.
Vooral de modder maakt het moeilijk. Soms is het meer schuiven dan stappen. Het fototoestel doet het niet meer: de display is stuk en ik zie niks meer op het grote scherm, alleen door het kleine venster.
De batterij is weer helemaal opgeladen maar dat is niet voldoende. Ik kan dus geen foto's nemen in Bolibar waar Simon Bolivar vandaan komt en het museum is nog steeds dicht net als de taberna.
Dus lopen we verder door het natte weiland tot in Munibar en je gelooft het niet: het is gestopt met regenen. Ik hou halt onder de luifel van het terras waar ik met Trees ook stopte. De bloembakken zijn verdwenen. Na die cafe con lecce moet ik weer verder.
Doorgaan door bos, ploeteren door de modder, beken en plassen, strompelen en proberen niet te vallen en ik doe er meer dan zeven uur over om aan te komen in Gernika, deze keer met pijn in rug en bovenbenen. Ik zoek meteen hotel Bolina op en schrijf me in voor een kamer, ditmaal met ontbijt. Er staan nog mountainbikes vol modder. Ik ben uitgeput en die douche doet wonderen en de was hangt alweer te drogen.
Ik haal mijn stempel in het toerismebureau en informeer naar het internetlokaal. Hier zit ik nu na mijn wandeling door de stad en dadelijk ga ik naar hotel Bolina voor het avondeten.
Tot morgen!
dag 6 - Deba- Markina Xemein
zondag 18 september
Normaal kan je op zondag pas om 9 uur ontbijten in de kelderverdieping. Maar de twee dames die alles klaarzetten, zeggen me om vijfentwintig over zeven dat ik mag beginnen. Er zit nog een Française aan een tafel en ze spreekt met de dame die alles klaarzet, over hun strandervaringen en dat het zonde was dat er geen zon was. Maar ik moet alweer weg, het is al kwart over negen en ze wensen me 'une bonne promenade' toe. Ik stap naar het station en de brug over en jawel we beginnen alweer met een stevige klim en met fijne regen.
Het is klimmem en nog eens klimmen tot aan de ermita en plots komt er een man met een lawaaierige quad op de weg die me verwittigt dat er een koers aankomt. Ik kom net aan de ermita als er zo'n 150 mountainbikers de hellingen op crossen en er een ongelooflijke stortbui losbarst.
Een jong koppel dat ik gisteren in Deba zag lopen, is ook aan de camino bezig en we moeten schuilen aan de ermita. Het zal de rest van de dag geen moment meer ophouden met regenen. Ineens zitten alle pelgrims samen in het laatste café voor de strook bos van vier uur lang die we doormoeten: de twee Franse dames, het Vlaams koppel, het Frans koppel, de drie Italianen, de drie Spanjaarden en een nieuw Zwitsers duo: vader en dochter. Zij is al 21 dagen alleen onderweg van Genève tot hier en haar vader is er nu bijgekomen en stapt twee dagen mee.


Vanaf daar is het kommer en kwel, maar vooral modder en gladde stenen zorgen voor miserie, tot in Markina Xemein.
Ik ben als eerste pelgrim aan het klooster terwijl een hippiekoppel al ter plaatse is en in één bed samen slaapt. Ze lopen altijd alleen op blote voeten zeggen ze.
Na de inschrijving vraag ik naar een dokter en toon mijn huiduitslag. Grote paniek, de man van de albergue denkt dat ik ergens vlooienbeten heb opgeraapt en eist dat ik mijn rugzak in een oranje plastic zak steek en al de rest in een andere. Alles moet in de gang, weg van mijn bed. Hij gaat het geheel met spuitbussen bewerken. Ik kan hem dat uit het hoofd prenten en wil eerst advies van een dokter. Daarvoor moet ik met de lijnbus naar Ondarria en terug. Daar in het Ambulateria Urgensias Medicas zegt de dokter me dat het een allergie is en geeft me een andere tube zalf om te smeren.
In de albergue krijg ik mijn spullen terug en ondertussen is de albergue volgelopen met de andere pelgrims. We gaan samen eten in restaurant Pitzi waar we een menu pellegrino krijgen. Heel goedkoop en lekker, voorgerecht, hoofdgerecht en dessert, wijn en water. Om 22 uur moet iedereen binnen zijn en gaat de albergue dicht tot zeven uur 's morgens. Ik slaap bijna niet. Oorzaak: vijf snurkers en kreuners.
Normaal kan je op zondag pas om 9 uur ontbijten in de kelderverdieping. Maar de twee dames die alles klaarzetten, zeggen me om vijfentwintig over zeven dat ik mag beginnen. Er zit nog een Française aan een tafel en ze spreekt met de dame die alles klaarzet, over hun strandervaringen en dat het zonde was dat er geen zon was. Maar ik moet alweer weg, het is al kwart over negen en ze wensen me 'une bonne promenade' toe. Ik stap naar het station en de brug over en jawel we beginnen alweer met een stevige klim en met fijne regen.
Het is klimmem en nog eens klimmen tot aan de ermita en plots komt er een man met een lawaaierige quad op de weg die me verwittigt dat er een koers aankomt. Ik kom net aan de ermita als er zo'n 150 mountainbikers de hellingen op crossen en er een ongelooflijke stortbui losbarst.
Een jong koppel dat ik gisteren in Deba zag lopen, is ook aan de camino bezig en we moeten schuilen aan de ermita. Het zal de rest van de dag geen moment meer ophouden met regenen. Ineens zitten alle pelgrims samen in het laatste café voor de strook bos van vier uur lang die we doormoeten: de twee Franse dames, het Vlaams koppel, het Frans koppel, de drie Italianen, de drie Spanjaarden en een nieuw Zwitsers duo: vader en dochter. Zij is al 21 dagen alleen onderweg van Genève tot hier en haar vader is er nu bijgekomen en stapt twee dagen mee.
Vanaf daar is het kommer en kwel, maar vooral modder en gladde stenen zorgen voor miserie, tot in Markina Xemein.
Ik ben als eerste pelgrim aan het klooster terwijl een hippiekoppel al ter plaatse is en in één bed samen slaapt. Ze lopen altijd alleen op blote voeten zeggen ze.
Na de inschrijving vraag ik naar een dokter en toon mijn huiduitslag. Grote paniek, de man van de albergue denkt dat ik ergens vlooienbeten heb opgeraapt en eist dat ik mijn rugzak in een oranje plastic zak steek en al de rest in een andere. Alles moet in de gang, weg van mijn bed. Hij gaat het geheel met spuitbussen bewerken. Ik kan hem dat uit het hoofd prenten en wil eerst advies van een dokter. Daarvoor moet ik met de lijnbus naar Ondarria en terug. Daar in het Ambulateria Urgensias Medicas zegt de dokter me dat het een allergie is en geeft me een andere tube zalf om te smeren.
In de albergue krijg ik mijn spullen terug en ondertussen is de albergue volgelopen met de andere pelgrims. We gaan samen eten in restaurant Pitzi waar we een menu pellegrino krijgen. Heel goedkoop en lekker, voorgerecht, hoofdgerecht en dessert, wijn en water. Om 22 uur moet iedereen binnen zijn en gaat de albergue dicht tot zeven uur 's morgens. Ik slaap bijna niet. Oorzaak: vijf snurkers en kreuners.
zaterdag 17 september 2011
Dag 5 - Getaria - Deba
zaterdag 17september
Om half zeven loopt mijn wekker af. Een frisse douche, inpakken en vertrekken. In een taberna vlakbij neem ik twee smalle broodjes met konfituur en een koffie. Dan gaat de regenkap over de rugzak en de cape boven mijn hoofd en boven de rugzak. Om kwart voor acht ben ik op weg, het gaat al direct steil naar boven, puffen dus. Terwijl loopt een man met zijn hond stap voor stap naar boven en leest ondertussen de krant.
Het pad loopt over natte stenen wegen door de velden. De hellingen glooien door het landschap en het lijkt alsof ik ze allemaal over moet. Ik hoor eerst jagers schieten en even later zie ik ze op de weg staan met hun landrovers.

Uiteindelijk zakt de weg richting Zumaia.
Als ik aankom in Zumaia, worden er per boot boeien vervoerd en vastgelegd. Hier gaat straks een regatta door, 'tres popular' en 'a la sieta' zegt een man en hij vindt dat ik moet blijven want het zijn de wijnoogstfeesten. Maar daar heb ik jammer genoeg geen tijd voor, hoogstens voor een vers geperste appelsiensap onder een luifel van een patisserie. Van de gebakjes blijf ik af.
Ik moet nog veel meer klimmen en in die onophoudelijke regen is dat geen meevaller. Trees kent die fameuze klim wel langs de kerk en verder door naar Santa Klara waar we toen logeerden. Santa Klara ligt in de mist. Deze keer loop ik verder door. En maar klimmem dus, er komt geen eind aan. En verder wordt het schuiven door de modder. Ik voel me net in de fitness op de wave. Nat hoog gras en glibberige stenen zijn ook van de partij.
Iets voor twaalf kom ik in een bocht op een baan en maak dankbaar gebruik van het café-restaurant om even bij te komen met een koffie.
Het regent steeds harder en ik klim verder door de weiden tussen de geiten en zie een schichtig ros eekhoorntje de boom in kruipen aan hoge snelheid.
Dan moet ik over een kruispunt waar het water afloopt als in een beek en kom aan het ons bekende restaurant waar we toen ook al druipend toekwamen. Half eéén. De ober zal gedacht hebben 'daar heb je hem weer'. Ik neem een bocadillo chorizo (niet sj maar g zegt de ober) en een flesje spuitwater. Ik krijg een frans brood met omelet en spek en eieren, teveel om helemaal op te eten. Daarna kan ik weer wat klimmem langs de kerk van Itziar over de kasseien en baantjes met veel beton. Die zijn gevaarlijk glad vooral als ze steil naar beneden lopen naar Deba. Ik schuif twee keer uit en één keer val ik op mijn rug en billen. Dat is echt een schok die ik in de rug, op het hoofd en aan de billen voelde.
Je komt Deba binnen langs twee glazen liften. Dat is veiliger en gaat vlugger.
Een oudere vrouw, pelgrim loopt te zoeken. Het toerismebureau is dicht. De albergue is bezet en de pensions ook. Uiteindelijk blijft er nog één kamer over in hotel Kresala waar we in 2008 ook logeerden. De ene dame zei dat alles bezet was, de andere zei dat er net nog een kamer vrij was. Het is er geweldig druk. Receptie van een trouw in de gang en buiten allemaal heel sjiek gekleed en binnen een bedrijfsreceptie. Ik mag ook gebruik maken van de welness als ik een kamerjas huur van 10 euro en een zwembroek aantrek voor de sauna. Spanje is een katholiek land en conservatief, bloot kan hier niet. Ik spring onder de douche en ga mijn kleren wassen en probeer alles zoveel mogelijk met de haardroger droog te krijgen. Bij de trouwgenodigden spreekt een jonge man met twee vriendinnen mij aan met de vraag of ik de camino stap. Ik geef hem de link naar de aquarellen die ik maakte. Hij had al vijf keer een stukje van de camino gestapt.
In cafetaria Atozte op het plein drink ik een koffie en zie de mannekes sjotten en hoor iedereen op de terrassen tateren, ah die Spanjaarden kunnen er wat van. Later ga ik in een restaurantje net als toen, kip met frietjes eten. Weer word ik aangesproken door een jong koppel uit Bilbao en ze ofreren me twee zelf opgenomen CD's en ik moet een pintje van hen drinken. Weigeren kan ik niet. Om 22 uur ben ik weer in de hotelkamer en de fuifnummners gaan door met dansen en 'zingen' tot vijf en anderen tot zeven uur.
Verder verkenning van de stad in de regen en ik zie twee anderen op zoek naar een ondrkomen voor de nacht.
Om half zeven loopt mijn wekker af. Een frisse douche, inpakken en vertrekken. In een taberna vlakbij neem ik twee smalle broodjes met konfituur en een koffie. Dan gaat de regenkap over de rugzak en de cape boven mijn hoofd en boven de rugzak. Om kwart voor acht ben ik op weg, het gaat al direct steil naar boven, puffen dus. Terwijl loopt een man met zijn hond stap voor stap naar boven en leest ondertussen de krant.
Het pad loopt over natte stenen wegen door de velden. De hellingen glooien door het landschap en het lijkt alsof ik ze allemaal over moet. Ik hoor eerst jagers schieten en even later zie ik ze op de weg staan met hun landrovers.
Uiteindelijk zakt de weg richting Zumaia.
Als ik aankom in Zumaia, worden er per boot boeien vervoerd en vastgelegd. Hier gaat straks een regatta door, 'tres popular' en 'a la sieta' zegt een man en hij vindt dat ik moet blijven want het zijn de wijnoogstfeesten. Maar daar heb ik jammer genoeg geen tijd voor, hoogstens voor een vers geperste appelsiensap onder een luifel van een patisserie. Van de gebakjes blijf ik af.
Ik moet nog veel meer klimmen en in die onophoudelijke regen is dat geen meevaller. Trees kent die fameuze klim wel langs de kerk en verder door naar Santa Klara waar we toen logeerden. Santa Klara ligt in de mist. Deze keer loop ik verder door. En maar klimmem dus, er komt geen eind aan. En verder wordt het schuiven door de modder. Ik voel me net in de fitness op de wave. Nat hoog gras en glibberige stenen zijn ook van de partij.
Iets voor twaalf kom ik in een bocht op een baan en maak dankbaar gebruik van het café-restaurant om even bij te komen met een koffie.
Het regent steeds harder en ik klim verder door de weiden tussen de geiten en zie een schichtig ros eekhoorntje de boom in kruipen aan hoge snelheid.
Dan moet ik over een kruispunt waar het water afloopt als in een beek en kom aan het ons bekende restaurant waar we toen ook al druipend toekwamen. Half eéén. De ober zal gedacht hebben 'daar heb je hem weer'. Ik neem een bocadillo chorizo (niet sj maar g zegt de ober) en een flesje spuitwater. Ik krijg een frans brood met omelet en spek en eieren, teveel om helemaal op te eten. Daarna kan ik weer wat klimmem langs de kerk van Itziar over de kasseien en baantjes met veel beton. Die zijn gevaarlijk glad vooral als ze steil naar beneden lopen naar Deba. Ik schuif twee keer uit en één keer val ik op mijn rug en billen. Dat is echt een schok die ik in de rug, op het hoofd en aan de billen voelde.
Je komt Deba binnen langs twee glazen liften. Dat is veiliger en gaat vlugger.
Een oudere vrouw, pelgrim loopt te zoeken. Het toerismebureau is dicht. De albergue is bezet en de pensions ook. Uiteindelijk blijft er nog één kamer over in hotel Kresala waar we in 2008 ook logeerden. De ene dame zei dat alles bezet was, de andere zei dat er net nog een kamer vrij was. Het is er geweldig druk. Receptie van een trouw in de gang en buiten allemaal heel sjiek gekleed en binnen een bedrijfsreceptie. Ik mag ook gebruik maken van de welness als ik een kamerjas huur van 10 euro en een zwembroek aantrek voor de sauna. Spanje is een katholiek land en conservatief, bloot kan hier niet. Ik spring onder de douche en ga mijn kleren wassen en probeer alles zoveel mogelijk met de haardroger droog te krijgen. Bij de trouwgenodigden spreekt een jonge man met twee vriendinnen mij aan met de vraag of ik de camino stap. Ik geef hem de link naar de aquarellen die ik maakte. Hij had al vijf keer een stukje van de camino gestapt.
In cafetaria Atozte op het plein drink ik een koffie en zie de mannekes sjotten en hoor iedereen op de terrassen tateren, ah die Spanjaarden kunnen er wat van. Later ga ik in een restaurantje net als toen, kip met frietjes eten. Weer word ik aangesproken door een jong koppel uit Bilbao en ze ofreren me twee zelf opgenomen CD's en ik moet een pintje van hen drinken. Weigeren kan ik niet. Om 22 uur ben ik weer in de hotelkamer en de fuifnummners gaan door met dansen en 'zingen' tot vijf en anderen tot zeven uur.
Verder verkenning van de stad in de regen en ik zie twee anderen op zoek naar een ondrkomen voor de nacht.
Abonneren op:
Posts (Atom)